Aard van de handicap

In deze rubriek moet je de handicapcodes toevoegen. Dit deeltje ziet er zo uit.


Handicapcode en modaliteiten toevoegen



Je moet uit deze ‘dropdown’ een handicapcode kiezen en vervolgens klikken op toevoegen. Dan wordt de code geplaatst in de tabel eronder waar je de modaliteiten kan kiezen. De stappen zie je hieronder.



  1. Handicapcode kiezen en klikken op toevoegen



  2. Handicapcode staat in de tabel



Handicapcodes


In onderstaande tabel vind je de verschillende handicapcodes

Hoofddomein

Subdomein

Verdere indeling, specifieke clusters  










Mentaal/geestelijk

Zwakbegaafd

Algemene ontwikkelingsstoornis van de intellectuele functies

Licht

Matig

Ernstig

Diep

Stoornis van specifieke mentale functies

Mentale functies gerelateerd aan hogere cognitieve functies, aandacht, geheugen, coördinatie, psychomotoriek, …

Mentale functies gerelateerd aan taal: afasie, dysfasie,…

Psychische stoornis

Psychiatrische aandoeningen

Gedrags- en emotionele stoornissen

Ernstige gedrags- en emotionele stoornissen

Autismespectrum-stoornissen








Lichamelijk/fysiek

(Loco)motorische stoornis

Problemen met zichzelf verplaatsen

Problemen met verplaatsen en manipuleren

Algemeen motorische stoornis

Uithoudingsstoornis

Andere lichamelijke stoornis (excl. zintuiglijk)

Visuele stoornis

Visueel, slechtziend

Visueel, blind

Auditieve stoornis

Auditief, slechthorend

Auditief, doof

Stem- en spraakstoornis

Articulatie, vloeiendheid en ritme van spreken,…


Geen handicap



Je kan maximaal 4 codes toekennen, met hun modaliteiten. Een MDV bevat bijgevolg een set van 1 tot 4 codes, die door het VAPH worden gevalideerd.  De handicapcodes zijn ook zichtbaar in de Centrale Reigstratie van de Zorgvragen (CRZ). Contactpersonen Zorgregie kunnen hier geen codes meer aan toevoegen. Een MDT kan enkel via een nieuw verslag een nieuwe set van codes voorstellen, die dan opnieuw door het VAPH kunnen worden gevalideerd. 

Bij het toekennen van de handicapcodes kijkt u niet zozeer naar de stoornis op zich, maar naar de beperkingen die daaruit voortvloeien, en volgt u zoveel mogelijk internationaal erkende definities, bijvoorbeeld wat betreft de grenzen tussen zwakbegaafdheid en licht, matig, ernstig, diep verstandelijke handicaps; de grenzen tussen slechtziend en blind, slechthorend en doof... Bij twijfel kan u contact opnemen met een coördinator van een provinciale afdeling van het VAPH.

Modaliteiten


De verschillende modaliteiten  die je kan ingeven voor een handicapcode zijn:
  • vermoeden van handicap: heeft betrekking op de zorgvormen ‘onderzoek in centrum voor ontwikkelingsstoornissen’, 'opname in observatiecentrum' of 'thuisbegeleiding van een kind van minder dan 6 jaar'. Er is dan immers sprake van 'ernstige indicaties' met betrekking tot het bestaan of het ontwikkelen van een handicap.
  • niet gestabiliseerd: er is momenteel wel degelijk sprake van stoornissen en handicap, maar de toestand is nog duidelijk in evolutie, zodat de uiteindelijke draagwijdte van de beperkingen nog niet volledig bekend is.
  • degeneratief: aandoening gaat gepaard met degeneratie d.i. geleidelijke ontaarding of regressie van organen of systemen.
  • niet-aangeboren: kenmerken die niet door overerving verkregen of bij de geboorte verworven zijn. Als een letsel pas een (korte) tijd na de geboorte zichtbaar wordt, wordt het meestal ook als “aangeboren” beschouwd. (synoniem: niet-congenitaal)
  • traumatisch: veroorzaakt door externe kracht
  • chronische ziekte: aandoening die permanent is en gepaard gaat met chronische beperkingen, veroorzaakt door irreversibele pathologische wijzigingen.


Comments