Opleiding en tewerkstelling

Hier moet 4 delen invullen.

  1. Schoolopleiding
  2. Gevolgde beroepsopleiding
  3. Beroepsloopbaan
  4. Inschatting tewerkstellingsmogelijkheden.
We overlopen ze.

1. Schoolopleiding


Hier worden de verschillende schoolopleidingen ingevuld. Indien de schoolopleiding niet exact gekend is, kan je de bij benadering dichtst bijliggende scholingsgraad aanduiden.

Eerst moet je aanduiden of het relevant is.

Vervolgens moet je aanduiden of er schoolopleiding geweest is. "Neen" kan je aanduiden voor niet-schoolgaanden.

Hierna moet je aanduiden of de klant GON-begeleiding (gehad) heeft. GONbegeleiding is geïntegreerd onderwijs of het opvangen van kinderen of jongeren met een handicap in de gewone school met
hulp van deskundigen uit het buitengewoon onderwijs.

Als je weet dat de klant tot een bepaalde leeftijd school gevolgd heeft, maar je weet niet welk type of richting, dan kan u de optie ‘onbepaald’  aanduiden, bvb onbepaald kleuteronderijs.

Deze opties kunnen bij de opleidingen kunnen ingegeven worden: 
  • bezig
  • stopgezet
  • voleindigd zonder diploma of getuigschrift
  • voleindigd met diploma of getuigschrift
  • onbekend
Gebruikte afkortingen: 
  • (B)KO voor (buitengewoon) kleuteronderwijs
  • (B)LO voor (buitengewoon) lager onderwijs
  • Buso voor buitengewoon secundair onderwijs
  • (L)SO voor (lager) secundair onderwijs
  • (H)SO voor (hoger) secundair onderwijs
  • A(V) voor algemeen vormend onderwijs
  • B voor beroepsonderwijs
  • T voor technisch onderwijs
  • K voor kunstonderwijs
  • HOKT voor hoger onderwijs korte type
  • HOLT voor hoger onderwijs lange type
  • Hobu(K) voor hoger onderwijs van het korte type buiten de universiteit
  • Hobu (L) hoger onderwijs van het lange type buiten de universiteit
  • UO voor universitair onderwijs
  • MO/LC voor middenstandsopleiding en leercontract
  • DO voor deeltijds onderwijs
  • 1,2,3 voor eerste, tweede en derde graad.
In het buitengewoon onderwijs zijn er 9 types:
  • T1 voor licht verstandelijke handicap
  • T 2 voor matig of ernstig verstandelijke handicap
  • T 3 voor emotionele en/of gedragsproblemen
  • T 4 voor fysieke handicap
  • T 5 voor (langdurig) zieke kinderen
  • T 6 voor visuele handicap
  • T 7 voor auditieve handicap
  • T 8 voor ernstige leerstoornissen
  • T 9 voor autismespectumstoornissen
Het buitengewoon secundair onderwijs heeft vier opleidingsvormen (OV):
  • OV 1 voor een sociale vorming met het oog op integratie in een beschermd milieu
  • OV 2 voor een algemene en sociale vorming met het oog op integratie in een beschermd leef- en werkmilieu
  • OV 3 voor een sociale en beroepsvorming met het oog op integratie in een gewoon leef- en werkmilieu 
  • OV 4 voor een voorbereiding op een studie in het hoger onderwijs en op de integratie in het actieve leven.

2. Beroepsopleiding 



Hier duidt u aan of de klant een VDAB/RVA- of VF/Rijksfonds-opleiding gevolgd heeft. Je kan de opleidingen of cursussen die relevant zijn in functie van het verwerven of verstevigen van een plaats op de arbeidsmarkt aanduiden onder de rubriek “andere”. In bepaalde situaties kunnen dit bijvoorbeeld taalcursussen zijn. De klant kan bezig zijn met een opleiding, ze gestopt hebben of voleindigd (al dan niet met een getuigschrift). Ofwel heeft hij er nooit één gevolgd.
Is de vraag naar gevolgde beroepsopleiding niet relevant in functie van de

3. Beroepsloopbaan


Hier  moet je eerst aanduiden of de klant ooit gewerkt heeft. Als dat zo is kan je daarna aangeven in welk arbeidsmilieu de klant actief geweest is.

4. Inschatting tewerkstellingsmogelijkheden


Op welk niveau situeren zich momenteel de arbeidsvaardigheden van de betrokkene? U moet deze rubriek invullen, ook al is betrokkene aan het werk. Het kan zijn dat de klant nu niet tewerkgesteld is conform zijn mogelijkheden. Ofwel is er geen kans op (een bepaalde) tewerkstelling ofwel is deze voltijds of deeltijds haalbaar.


Comments